ECLI:NL:RBDHA:2020:1876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen na positief welzijnsrapport
De zaak betreft het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2005 en 2007, die sinds november 2018 onder toezicht staan. De kinderrechter had eerder de ondertoezichtstelling verlengd tot 1 maart 2020 en een bijzondere curator benoemd om de wensen en situatie van de minderjarigen te onderzoeken.
Uit het rapport van de bijzondere curator en de gesprekken met alle betrokkenen blijkt dat het goed gaat met de minderjarigen bij de ouder bij wie zij wonen. Er zijn geen zorgen over hun verzorging en opvoeding. Wel is er geen contact met de ouder bij wie zij niet wonen, maar het forceren van contact wordt afgeraden vanwege mogelijke negatieve effecten.
De ouders hebben aangegeven niet langer met de gecertificeerde instelling te willen samenwerken, maar staan open voor contact van de kinderen met de andere ouder wanneer zij dat wensen. De kinderrechter concludeert dat voortzetting van de ondertoezichtstelling niet nodig is en wijst het resterende verzoek af. Wel wordt een ontmoeting tussen de minderjarigen op een neutrale plek aanbevolen.
De beschikking is op 21 februari 2020 mondeling uitgesproken en op 4 maart 2020 schriftelijk vastgesteld. De bijzondere curator is ontslagen en de minderjarigen worden geïnformeerd over de beslissing in begrijpelijke taal.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat het welzijn van de minderjarigen voldoende is gewaarborgd.