ECLI:NL:RBDHA:2020:1918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorwaardelijke machtiging op grond van vrijwillig verblijf in psychiatrisch ziekenhuis
De officier van justitie verzocht de rechtbank Den Haag om een voorwaardelijke machtiging te verlenen voor betrokkene, die vrijwillig verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis vanwege een stoornis in zijn geestvermogens. De betrokkene werd gehoord en bijgestaan door zijn advocaat.
De rechtbank overwoog dat een voorwaardelijke machtiging alleen kan worden verleend indien de stoornis gevaar veroorzaakt dat buiten het ziekenhuis alleen door voorwaarden kan worden afgewend. De behandelend psychiater gaf aan dat betrokkene klinisch was opgenomen vanwege overmatig drugs- en alcoholgebruik, wat leidde tot een terugval. Betrokkene was echter bereid zijn verblijf vrijwillig voort te zetten en de psychiater had geen reden om aan die bereidheid te twijfelen.
Op basis van de medische verklaring en het verhoor stelde de rechtbank vast dat er sprake is van een stoornis van de geestvermogens, maar dat betrokkene vrijwillig wil blijven. Daarom werd het verzoek tot verlening van de voorwaardelijke machtiging afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een voorwaardelijke machtiging wordt afgewezen vanwege vrijwillig verblijf van betrokkene.