ECLI:NL:RBDHA:2020:198
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens ernstige bedreiging samenleving
Eiseres, een Poolse vrouw geboren in 1984, werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid haar verblijfsrecht ontzegd en ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege haar persoonlijke gedrag dat een ernstige bedreiging vormt voor de samenleving.
Sinds 2014 is eiseres twaalf keer onherroepelijk veroordeeld voor diverse strafbare feiten, waaronder drugsdelicten, diefstal en openbaar dronkenschap. Ondanks opgelegde straffen en proeftijd bleef zij recidiveren, hetgeen de staatssecretaris deed besluiten tot beëindiging van het verblijfsrecht en onmiddellijke uitzetting.
Eiseres voerde aan dat de bedreiging niet concreet was aangetoond en dat haar strafrechtelijke veroordelingen relatief licht waren. De rechtbank oordeelde echter dat de feiten ernstig en hinderlijk waren, met financiële schade voor de samenleving, en dat het recidivepatroon een actuele bedreiging vormt.
De persoonlijke omstandigheden van eiseres, zoals haar leeftijd, verblijfsduur en sociale integratie, werden meegewogen maar boden geen reden tot andersluidend oordeel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak op 13 januari 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen beëindiging van haar verblijfsrecht en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.