ECLI:NL:RBDHA:2020:2019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing BPM bij registratie auto’s op basis van taxatierapporten en waardevermindering
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de BPM-heffing bij registratie van twee auto’s, waarbij zij gebruikmaakte van taxatierapporten die 100% schade meenamen. Zij stelde dat de waardevermindering lager moest worden vastgesteld op basis van ex-rental voertuigen en dat de verplichte voorafbetaling van BPM in strijd was met het Unierecht.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet slaagde in haar bewijslast om lagere BPM-bedragen aan te tonen. Het ex-rental karakter van een auto is een concreet onderscheidend kenmerk, maar eiseres toonde niet aan dat de auto’s ex-rentals waren. Ook de stelling dat de verplichte BPM-betaling voorafgaand aan registratie onverenigbaar is met het Unierecht werd verworpen, mede omdat rekening wordt gehouden met een termijn van vijf werkdagen en leeftijdskorting.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie af en oordeelde dat eventuele rentenadelen civielrechtelijk moeten worden afgewikkeld. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de BPM-heffing worden ongegrond verklaard en de verzoeken van eiseres afgewezen.