ECLI:NL:RBDHA:2020:2076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning studie wegens onjuiste beoordeling wijziging onderwijsinstelling
Eiser, een Vietnamese student, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) tot 1 mei 2019. Na afronding van zijn studie aan de HAN op 31 augustus 2018 schreef hij zich in voor een vervolgstudie aan de Universiteit van Tilburg (UvT). Verweerder trok de verblijfsvergunning per 31 augustus 2018 in omdat eiser niet langer voldeed aan de voorwaarden, aangezien de UvT de wijziging van onderwijsinstelling pas op 2 januari 2019 had gemeld.
Eiser stelde dat hij ononderbroken studeerde en dat de late melding niet aan hem te wijten was. De rechtbank oordeelde dat eiser belang had bij de beoordeling vanwege het verblijfsgat dat was ontstaan. De rechtbank stelde vast dat de UvT een erkende referent is en dat verweerder ten onrechte de vergunning had ingetrokken zonder de wijzigingsmelding en bewijs van inschrijving bij de UvT mee te wegen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en herroept het primaire besluit.