ECLI:NL:RBDHA:2020:2088

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2020
Publicatiedatum
10 maart 2020
Zaaknummer
C/09/588225 / FA RK 20-704
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel bij anorexia nervosa wegens ernstig levensgevaar

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van een vrouw met anorexia nervosa. De vrouw verbleef in een GGZ-accommodatie en maakte bezwaar tegen voortzetting van de opname, met het verzoek de behandeling ambulant voort te zetten vanuit de thuissituatie.

Tijdens de zitting verklaarde de vrouw gemotiveerd te zijn voor herstel en behandeling thuis, en gaf zij aan dat zij zich aan afspraken houdt. Haar advocaat benadrukte het ontbreken van acuut ernstig nadeel en de wens van de vrouw om het traject vrijwillig af te maken. De behandelend arts stelde echter dat het risico op lichamelijke schade groot blijft, met name door ernstig ondergewicht, lage lichaamstemperatuur en hypofosfatemie, en dat de thuissituatie onvoldoende toezicht biedt.

De rechtbank oordeelde dat sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar door acute hartdood, veroorzaakt door de psychische stoornis anorexia nervosa. De crisismaatregel is noodzakelijk en evenredig om dit nadeel af te wenden. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom verleend voor een periode van drie weken.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wegens levensgevaar door anorexia nervosa voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/588225 / FA RK 20-704
Datum beschikking: 12 februari 2020

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 10 februari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de vrouw]

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie GGZ [instelling] ,
advocaat: mr. P. Arkema-Hummel te Leidschendam.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 7 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel van 7 februari 2020;
  • een op 7 februari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2020.
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [basisarts] en behandelaar van betrokkene.
De officier van justitie is niet ter zitting verschenen, omdat het evident is dat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is.

Standpunten ter zitting

De betrokkene heeft verklaard dat zij bezwaar maakt tegen voortzetting van de crisismaatregel en met name tegen de opname in een accommodatie. Betrokkene wil werken aan haar herstel vanuit de thuissituatie en zij is gemotiveerd om de behandeling ambulant voort te zetten. Betrokkene heeft haar doel, te weten de basislijst, behaald en zij heeft zich sinds de crisismaatregel netjes aan alle afspraken gehouden. In de thuissituatie zal betrokkene zich ook aan de afspraken blijven houden. Tot slot heeft betrokkene aangegeven dat zij al jaren met ondergewicht leeft en dat zij door het beperken van de vrijheid recalcitrant wordt. Betrokkene heeft haar geschreven aantekeningen voorgelezen. De rechtbank heeft deze aantekeningen in het dossier gevoegd.
De advocaat heeft verklaard dat er geen sprake is van een acuut ernstig nadeel. Daarnaast is betrokkene vrijwillig naar de accommodatie gekomen en betrokkene wil het traject vrijwillig afmaken. Betrokkene heeft thuis dagbesteding, een zus en vriendinnen die dichtbij wonen en betrokkene wil de Pabo-opleiding gaan doen. De advocaat heeft voorts aangegeven dat er met betrokkene afspraken gemaakt kunnen voor behandeling in de thuissituatie.
De arts heeft aangegeven dat de kans op lichamelijk schade nog steeds groot is. Betrokkene wordt twee keer per dag gecontroleerd en volgens de arts kan de huisarts dit in de thuissituatie niet overnemen. De arts heeft voorts aangegeven dat het BMI van betrokkene in het verleden in de thuissituatie daalde. Het BMI is alleen maar twee keer tijdens een opname lichtelijk gestegen. De arts heeft tot slot aangegeven dat ondanks dat betrokkene zich de afgelopen week aan de kledingvoorschriften heeft gehouden, de verwachting is dat dit in de thuissituatie niet zal worden nagekomen.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar;
-ernstig lichamelijk letsel;
-de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Bij betrokkene is sprake van ernstig ondergewicht, lage temperatuur en hypofosfatemie. Door haar lichamelijke conditie zou betrokkene kunnen overlijden aan een acute hartdood.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten anorexia nervosa. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden.
Betrokkene heeft ter zitting aangegeven de behandeling op vrijwillige basis te willen voortzetten, echter heeft de arts aangegeven hier onvoldoende vertrouwen in te hebben. Betrokkene heeft zich de afgelopen week weliswaar aan de afspraken met de arts gehouden, maar de arts heeft onvoldoende vertrouwen dat dit in de thuissituatie ook zo zal zijn. Daarnaast is betrokkene in de thuissituatie nog nooit in gewicht aangekomen.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene zich verzet tegen de in de crisismaatregel genoemde zorg.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[de vrouw] ,

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 maart 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.G.J. Dop, rechter, bijgestaan door K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 februari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 maart 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.