2.2.Deze - omvangrijke - rapporten kunnen als volgt worden samengevat. RHDHV heeft het onderzoek naar de oorzaak van de schade aan de woning uitgevoerd via de door TNO ontwikkelde methodiek van de Root Cause Analysis. Deze methode dient ertoe om de oorzaak van een schade aan een gebouw te achterhalen door middel van het inventariseren van alle mogelijke schadeoorzaken en het systematisch uitsluiten of aantonen van deze oorzaken. Hiertoe heeft RHDHV de (bouw)gegevens van de woning onderzocht, de woning geïnspecteerd, de schade en scheuren (alle kleiner of gelijk aan 0,5 mm) in kaart gebracht en de omgevingsfactoren geïnventariseerd die kunnen leiden tot trillingen of zettingen bij de woning. Om de trillingen als gevolg van aardbevingen te bepalen, heeft RHDHV de methode “Ground Motion Prediction Equation (hierna: GMPE) gehanteerd. Bij deze methode worden de trillingen niet ter plaatse van de woning gemeten, maar berekend, in dit geval aan de hand van de door het KNMI geregistreerde meetgegevens van de aardbeving te Huizinge van augustus 2012. Om de kans op schade aan de woning als gevolg van de trillingen te bepalen heeft RHDHV de SBR Richtlijn A gehanteerd. De berekening heeft geleid tot de volgende uitkomst, zoals weergegeven onder 2.2.9.6 van het Schaderapport:
“Het resultaat van de berekening van de beving van Huizinge is dat de kans dat er lichte schade is
opgetreden ongeveer 0,3% bedraagt. Er is een kans van 99,7% dat door de beving van Huizinge in het geheel géén schade is opgetreden. Deze kansen worden onderbouwd in Tabel 8 en de grafiek in Figuur 13. De berekende kans op schade is kleiner dan 1%, waarmee volgens SBR Richtlijn A deze kleiner is dan ‘onwaarschijnlijk’.”
RHDHV heeft voor iedere schade/scheur of groep daarvan, door middel van de methode “uitsluiten en aantonen” de mogelijke scenario’s van schadeoorzaken onderzocht.
Hierbij heeft RHDHV met betrekking tot de oorzaak “Overbelasting door trillingen door aardbevingen” geconcludeerd:
“De op deze locatie opgetreden trillingen door aardbevingen in het verleden zijn slechts heel licht geweest. De kans dat deze trillingen schade veroorzaakt hebben is slechts 0,3%. Zie hiervoor paragraaf 2.2.9.6. Dit houdt dus in dat de kans dat de aardbevingen in het geheel geen trillingen veroorzaakt hebben, 99,7% is. De zeer kleine kans dat aardbevingen schade veroorzaakt hebben dient vergeleken te worden met de veel grotere kans dat de hierna genoemde schadescenario’s schade veroorzaakt hebben. Tevens zou een grote beving niet leiden tot een scheurenpatroon dat hier is opgetreden. Daaruit volgt dat het veel waarschijnlijker is dat de hierna genoemde schadescenario’s de schade veroorzaakt hebben. Overbelasting door trillingen door aardbevingen wordt uitgesloten als de oorzaak van de schade (…)”
De door RHDHV gevonden oorzaken voor de schade en scheuren zijn:
- overbelasting door onvoldoende sterkte, stijfheid, samenhang;
- verhinderde vormingen door veroudering/aantasting;
- verhinderde vervormingen door temperatuursinvloeden;
- zettingen bij gelijkblijvende belasting;
- overbelasting vanuit gebruik in normale gebruikssituatie.
RHDHV heeft ook nog een vergelijking gemaakt met de op 5 oktober 2015 door het Noordelijk Schade Taxatie Bureau opgenomen schade aan de woning, op grond waarvan RHDHV heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van toename van de schade (blz. 6 van het Schaderapport).
RHDHV heeft geconcludeerd dat er geen schade aan de woning is aangetroffen die het gevolg is van gaswinning en het als gevolg daarvan optreden van aardbevingen en bodemdaling.