ECLI:NL:RBDHA:2020:2127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nareis asiel wegens verbroken feitelijke gezinsband
Eiser, een Iraakse jongvolwassene, verzocht om een verblijfsvergunning in het kader van nareis asiel, maar deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat de feitelijke gezinsband met de referent, aan wie eerder asiel was verleend, als verbroken werd beschouwd.
Verweerder baseerde dit op onder meer het feit dat eiser zelfstandig woont in Bagdad, studeert aan een universiteit en als enige van zijn broers en zussen een paspoort in Bagdad heeft opgehaald. Eiser voerde aan dat deze indicaties onvoldoende zijn, onder meer omdat Facebook-profielen niet betrouwbaar zijn en hij het Arabisch niet goed beheerst. Ook overhandigde hij een verklaring waaruit blijkt dat hij in een vluchtelingenkamp verbleef.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de gezinsband is verbroken, omdat eiser geen aannemelijke en consistente verklaringen heeft gegeven die het zelfstandig wonen en de paspoortaanvraag in Bagdad verklaren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de aanvraag nareis asiel.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag nareis asiel wordt ongegrond verklaard vanwege verbroken feitelijke gezinsband.