ECLI:NL:RBDHA:2020:2150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige vrees voor gedwongen deelname aan stamrituelen in Angola
Eiser, een Angolese staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel omdat hij vreest bij terugkeer gedwongen te worden deel te nemen aan de rituelen van de stam van zijn vader en daardoor gevaar te lopen. Zijn vader, die de Soba-hiërarchie vertegenwoordigde, is overleden na een ziekte die volgens eiser het gevolg is van een vloek vanwege het afwijzen van de tradities.
Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over de vrees voor de stamrituelen en voodoo. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende kennis en inzicht heeft gegeven in de stamtradities, de hiërarchie en de functie van een Soba, terwijl hij als erfopvolger een prominente rol zou moeten innemen.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser daadwerkelijk gevaar loopt, mede omdat hij nooit fysiek bedreigd is en het verband tussen de ziekte van zijn vader en een vloek niet overtuigend is onderbouwd. Zijn terugkeer naar Angola voor zijn huwelijk en eerdere verblijven ondermijnen de geloofwaardigheid van zijn vrees.
De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de vrees voor gedwongen deelname aan stamrituelen.