ECLI:NL:RBDHA:2020:2200
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tot plaatsing in open inrichting
Eiser, voormalig informant en veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, vordert in kort geding dat de Staat hem plaatst in een open of half open inrichting, dan wel in aanmerking brengt voor detentiefasering. Hij stelt dat hem toezeggingen zijn gedaan over een gunstig regime na zijn veroordeling, welke niet zijn nagekomen.
De Staat voert verweer en betoogt dat eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat er een adequate rechtsgang openstaat. De voorzieningenrechter overweegt dat eiser een verzoek kan indienen bij de selectiefunctionaris op grond van de Penitentiaire Beginselenwet en beroep kan instellen bij de RSJ tegen een onwelgevallige beslissing.
Gelet hierop wordt geconcludeerd dat eiser niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot plaatsing in een open inrichting en veroordeeld in de proceskosten.