Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[ACK] te [plaats 1] ,
[eisende partij sub 2]te [plaats 2] ,
Rechtbank Den Haag
Eisers, waaronder ACK en haar enig aandeelhouder, verzetten zich tegen de vervreemding van drie personenauto’s die in het kader van een strafrechtelijk onderzoek in beslag zijn genomen. Zij stellen dat het Openbaar Ministerie (OM) onrechtmatig handelt door de voertuigen te verkopen voordat het onderzoek naar de relatie tussen de voertuigen en strafbare feiten is afgerond.
De rechtbank stelt vast dat het OM op grond van artikel 117 Wetboek Pro van Strafvordering bevoegd is om over te gaan tot vervreemding van in beslag genomen goederen, waaronder auto’s, zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. De rechtbank benadrukt dat de wetgever bewust ruime beleidsvrijheid aan het OM heeft gegeven bij het afgeven van machtigingen tot vervreemding.
Gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat de voertuigen al ruim een half jaar in beslag zijn en dat opslagkosten en capaciteitsproblemen een rol spelen, oordeelt de rechtbank dat het OM in redelijkheid tot de vervreemding had kunnen besluiten. De vorderingen van eisers worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt dat het OM bevoegd was tot vervreemding van de voertuigen.