ECLI:NL:RBDHA:2020:2203
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op herhaalde asielaanvraag wegens homoseksuele gerichtheid
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, heeft sinds 2014 meerdere asielaanvragen ingediend, waarbij hij stelt dat hij vanwege zijn homoseksuele gerichtheid bescherming zoekt. Na eerdere afwijzingen en bevestigingen daarvan door de rechter, diende hij in september 2019 een vierde aanvraag in, beroep doend op een nieuwe werkinstructie en aanvullende verklaringen.
Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten of bevindingen. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe werkinstructie niet automatisch leidt tot een andere beoordeling en dat de overgelegde verklaringen niet als objectief nieuw bewijs konden worden beschouwd. Ook was eiser niet in staat aannemelijk te maken dat hij daadwerkelijk relaties had zoals gesteld.
De rechtbank verwierp het verweer dat de tolk onvoldoende was en oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de culturele achtergrond en intellectuele capaciteiten van eiser. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende nieuwe elementen had aangevoerd om de eerdere afwijzingen te weerleggen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van de vierde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.