ECLI:NL:RBDHA:2020:2256
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij depressieve stoornis
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2000. Betrokkene lijdt aan een depressieve stemmingsstoornis en andere DSM-5 stoornissen, met een chronische doodswens en verblijft momenteel in een zorgaccommodatie waar hij veel in separatie verblijft.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan graag naar huis te willen, maar erkende ook de ernst van zijn situatie. De psychiater lichtte toe dat de behandeling gericht is op het verlichten van de depressie met medicatie zoals ketamine en eventueel ECT, met als doel het leven dragelijker te maken. De psychiater verzocht primair om een zorgmachtiging voor zes maanden, subsidiair voor vier maanden.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die leidt tot ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De voorgestelde verplichte zorgmaatregelen, waaronder medicatie, separatie en toezicht, zijn evenredig en noodzakelijk. De zorgmachtiging werd verleend voor de duur van vier maanden met de mogelijkheid tot het toepassen van diverse zorgmaatregelen.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg van vier maanden aan betrokkene met een ernstige psychische stoornis.