ECLI:NL:RBDHA:2020:2256

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 februari 2020
Publicatiedatum
13 maart 2020
Zaaknummer
C/09/588045 / FA RK 20-612
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij depressieve stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2000. Betrokkene lijdt aan een depressieve stemmingsstoornis en andere DSM-5 stoornissen, met een chronische doodswens en verblijft momenteel in een zorgaccommodatie waar hij veel in separatie verblijft.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan graag naar huis te willen, maar erkende ook de ernst van zijn situatie. De psychiater lichtte toe dat de behandeling gericht is op het verlichten van de depressie met medicatie zoals ketamine en eventueel ECT, met als doel het leven dragelijker te maken. De psychiater verzocht primair om een zorgmachtiging voor zes maanden, subsidiair voor vier maanden.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die leidt tot ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De voorgestelde verplichte zorgmaatregelen, waaronder medicatie, separatie en toezicht, zijn evenredig en noodzakelijk. De zorgmachtiging werd verleend voor de duur van vier maanden met de mogelijkheid tot het toepassen van diverse zorgmaatregelen.

Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg van vier maanden aan betrokkene met een ernstige psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/588045 / FA RK 20-612
Datum beschikking: 14 februari 2020

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het op 06 februari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de man] ,

[roepnaam],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 2000, [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. Y.J. Doornik te 's-Gravenhage.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging die aansluit op de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 30 januari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 31 januari 2020 met bijlagen;
- een zorgplan van 7 januari 2020 met bijlagen;
- een beoordeling van de geneesheer-directeur op het zorgplan.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 februari 2020.
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de [psychiater 2]
- de [verpleegkundigen] .
Hoewel de officier van justitie in haar verzoek heeft aangegeven voornemens te zijn de zitting bij te wonen, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen. De officier van justitie heeft de rechtbank op 13 februari 2020 telefonisch meegedeeld te blijven bij het verzoek zoals dat is ingediend.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft meegedeeld dat hij graag naar huis wil. Hij verblijft het grootste deel van de dag in de separeerruimte en heeft nog steeds een doodswens. De mogelijkheid voor euthanasie wordt onderzocht en betrokkene wil zich eventueel aanmelden bij het expertisecentrum euthanasie. Betrokkene heeft opgemerkt dat hij door de opname en de separatie mentaal meer schade oploopt.
De advocaat heeft benadrukt dat de separatie voor betrokkene zeer belastend is. De raadsvrouw heeft opgemerkt dat een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden erg lang is.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat de geestesstoornis van betrokkene een depressie is, naast een chronische doodswens. De behandeling is dan ook gericht op de depressieve stoornis, die onder andere is ontstaan door separatie. Betrokkene heeft beperkte copingvaardigheden. Anti-psychotische medicatie is afgebouwd en er zal gestart worden met ketamine. Wanneer dit onvoldoende aanslaat dan zal ECT worden toegepast. Het doel van deze medicatie en therapie is voor betrokkene de euthanasie, de psychiater heeft echter als doel het leven voor betrokkene dragelijker te maken. De psychiater verwacht hier zeker twee maanden nodig voor te hebben en daarna is nog twee maanden nodig voor het voorbereiden van een zelfbindingsmachtiging of een voorwaardelijke zorgmachtiging. De psychiater verzoekt primair een zorgmachtiging voor zes maanden en subsidiair voor vier maanden. Tot slot heeft de psychiater aangegeven dat, wanneer de behandeling bij betrokkene niet aanslaat, er gekeken zal worden hoe er naar een zo dragelijk mogelijk einde kan worden toegewerkt op het moment dat betrokkene persisteert in zijn doodswens.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten depressieve stemmingsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- opnemen in een accommodatie.
De officier van justitie heeft de door de geneesheer-directeur en de in het zorgplan genoemde vormen van verplichte zorg, te weten het verrichten van medische controles en andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, niet in haar verzoek overgenomen. De psychiater heeft ter zitting aangegeven dat op het moment dat er bij betrokkene verzet optreedt om aanpassing van de zorgmachtiging zal worden verzocht.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De komende periode zal gestart worden met medicatie en therapie met als doel het leven van betrokkene dragelijker te maken. De verwachting is dat hier in ieder geval een periode van vier maanden voor nodig is. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van vier maanden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[de man] ,

[roepnaam],
geboren op [geboortedag] 2000, [geboorteplaats]
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht voor de duur van vier maanden;
- toedienen van voeding voor de duur van vier maanden;
- toedienen van medicatie voor de duur van vier maanden;
- beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van vier maanden;
- insluiten voor de duur van vier maanden;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van vier maanden;
- onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van vier maanden;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen voor de duur van vier maanden;
- opnemen in een accommodatie voor de duur van vier maanden;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 6 juni 2020;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.F. Mewe, rechter, bijgestaan door mw. S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 februari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 maart 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.