ECLI:NL:RBDHA:2020:2292
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting wegens illegale exploitatie
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Den Haag om een horeca-inrichting voor onbepaalde tijd te sluiten wegens illegale exploitatie. De exploitatie vond plaats op basis van vergunningen verleend aan de vorige ondernemer, terwijl de huidige exploitant de inrichting wijzigde en niet als restaurant exploiteerde zoals de vergunning voorschreef.
De voorzieningenrechter constateerde dat de exploitatie niet overeenkwam met de verleende vergunningen, mede gelet op meerdere controles waaruit bleek dat de inrichting meer als café/bar met shisha werd geëxploiteerd dan als restaurant. Ondanks de stellingen van verzoeker dat hij een 'restaurant 2.0' exploiteert en verbouwingen had verricht, bleken deze niet voldoende onderbouwd en werden eerdere bevindingen bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester terecht heeft geoordeeld dat sprake is van illegale exploitatie en dat sluiting voor onbepaalde tijd passend is in lijn met het handhavingsbeleid. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de horeca-inrichting wordt afgewezen.