ECLI:NL:RBDHA:2020:2302
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat indienen verzetschrift afgewezen
Opposant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin zijn beroep ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft onderzocht of het verzetschrift tijdig was ingediend. De termijn voor het indienen van het verzetschrift was zes weken na verzending van de uitspraak op 18 september 2019, dus tot 30 oktober 2019.
Het verzetschrift is echter op 11 november 2019 gepost en op 12 november 2019 ontvangen, wat te laat is. Opposant voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan een ingrijpende verbouwing van zijn woning en andere omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding niet aan opposant toe te rekenen.
Volgens de strikte jurisprudentie omtrent artikel 6:11 Awb Pro kunnen alleen zeer bijzondere omstandigheden leiden tot het achterwege laten van niet-ontvankelijkverklaring. Opposant had ook de mogelijkheid om tijdig een gemachtigde in te schakelen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Daarom is het verzet kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het verzetschrift.