ECLI:NL:RBDHA:2020:234
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beslissing verblijfsgat en te laat ingediend bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
Eiseres, een Nigeriaanse nationaliteit houdende vrouw die sinds 2014 in Nederland verblijft, heeft bezwaar gemaakt tegen een verblijfsgat in haar verblijfsvergunning tussen 1 mei 2016 en 11 juli 2016. Dit bezwaar werd door verweerder als te laat en ongegrond verklaard. Eiseres stelde dat haar brief van 10 april 2019 geen bezwaarschrift was maar een verzoek om heroverweging, en dat de te late indiening niet aan haar te wijten was omdat de Hanzehogeschool destijds verantwoordelijk was voor het indienen van haar aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de brief van eiseres terecht als bezwaarschrift werd aangemerkt en dat de bezwaartermijn van vier weken volgens de Vreemdelingenwet 2000 was overschreden. De rechtbank vond dat de te late indiening niet verschoonbaar was, mede omdat eiseres wist dat zij haar verblijfspas moest ophalen en het verblijfsgat daardoor had kunnen constateren.
Hoewel de rechtbank het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren in plaats van ongegrond, leidde dit niet tot een andere uitkomst omdat het overschrijden van de termijn niet verschoonbaar was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen het verblijfsgat is ongegrond verklaard vanwege te late en niet-verschoonbare indiening van het bezwaar.