ECLI:NL:RBDHA:2020:2347
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onjuist gebruik handboeien en ontbreken voorafgaand gehoor
Eiser werd op 4 maart 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens de staande houding werden onterecht handboeien gebruikt en eiser werd niet gehoord voorafgaand aan de inbewaringstelling. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en vorderde tevens schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat eiser vanwege zijn psychische gesteldheid en medicatiegebruik met gepast geweld onder controle werd gebracht en geboeid in het voertuig werd geplaatst. Tevens bleek dat eiser niet adequaat was geïnformeerd over zijn recht op een advocaat en het nut van het gehoor, dat bovendien niet door een beëdigde tolk werd afgenomen.
De belangenafweging in de maatregel van bewaring hield onvoldoende rekening met de ernst van eisers psychische problemen en de opeenstapeling van procedurele fouten. Verweerder kon geen zwaarwegende belangen aandragen die de bewaring rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de maatregel met ingang van 16 maart 2020 en kende een schadevergoeding toe van €1040,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten van €1050,- aan eiser toegekend.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard, opgeheven per 16 maart 2020 en eiser toegekend een schadevergoeding van €1040,-.