ECLI:NL:RBDHA:2020:2352
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht minderjarige niet-EU burger op grond van Chavez-Vilchez arrest
Eiseres, een minderjarige niet-EU burger geboren en woonachtig in Nederland, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER. Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van het EU-recht, waaronder het vereiste van minimaal drie maanden verblijf in een andere EU-lidstaat met haar ouders. Haar moeder heeft een afgeleid verblijfsrecht, en haar jongere broer en zus zijn Nederlandse staatsburgers.
Eiseres beriep zich op het Chavez-Vilchez arrest, stellende dat zij een afgeleid verblijfsrecht zou moeten hebben omdat zij zorgafhankelijk is van haar moeder en het vertrek van haar moeder uit Nederland ook zou betekenen dat haar minderjarige Nederlandse broertje en zusje de EU zouden moeten verlaten, wat hun rechten als EU-burgers zou schenden.
De rechtbank oordeelde dat het Chavez-Vilchez arrest niet van toepassing is op eiseres omdat zij zelf geen EU-burger is en dat het arrest een zeer uitzonderlijke situatie betreft die niet kan worden uitgebreid naar haar situatie. Tevens wees de rechtbank erop dat een aanvraag op grond van artikel 8 EVRM Pro een aparte procedure vereist.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en proceskosten werden niet vergoed. De uitspraak werd mondeling gedaan op 25 februari 2020 door rechter J.G. Nicholson in aanwezigheid van griffier J.D. Koteris.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en haar aanvraag voor een verblijfsdocument wordt afgewezen.