ECLI:NL:RBDHA:2020:2418
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag parkeerbelasting en inhoudelijke beoordeling
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die hem op 23 september 2019 werd opgelegd. Het bezwaar werd eerst ingediend via een e-mailadres dat niet openstond voor bezwaar, waarna verweerder op 5 november 2019 aan eiser mededeelde dat bezwaarschriften alleen via de gemeentelijke website met DigiD of per post konden worden ingediend.
Eiser zag deze e-mail als een schriftelijke weigering een besluit te nemen, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was omdat het gebruikte e-mailadres niet geschikt was voor bezwaarindiening. Verweerder gaf eiser vervolgens de mogelijkheid het bezwaar alsnog op de juiste wijze in te dienen, wat ook gebeurde binnen de gestelde termijn.
Verweerder verklaarde het bezwaar op 8 februari 2020 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, maar de rechtbank vernietigde deze uitspraak omdat het verzuim was hersteld binnen de toegestane termijn. De rechtbank oordeelde inhoudelijk dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd, omdat eiser zich niet bewust was van de beperkte parkeerduur en de bijbehorende betaling, wat voor zijn risico kwam.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet in strijd met de hoorplicht had gehandeld en geen dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig beslissen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd, het bezwaar inhoudelijk ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting bevestigd.