ECLI:NL:RBDHA:2020:2441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en nakoming
Verzoeker diende op 3 februari 2020 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank behandelde het verzoek op 5 maart 2020, waarbij verzoeker en een schuldhulpverlener van de gemeente aanwezig waren.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro het verzoek alleen kan worden toegewezen indien verzoeker in de afgelopen vijf jaar te goeder trouw is geweest met betrekking tot het ontstaan en onbetaald laten van schulden. Een groot deel van de schulden betreft achterstallige kinderalimentatie, die volgens de rechtbank vooral is ontstaan door betalingsonwil in plaats van betalingsonmacht.
Daarnaast werd beoordeeld of verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Verzoeker gaf aan niet te solliciteren omdat hij zich volledig arbeidsongeschikt acht, maar medische stukken tonen aan dat hij 20 tot 25 uur per week kan werken. Hierdoor acht de rechtbank het onvoldoende aannemelijk dat verzoeker zich zal inspannen om aan zijn verplichtingen te voldoen.
Gelet op het ontbreken van goede trouw en het niet aannemelijk maken van nakoming van verplichtingen, wees de rechtbank het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming van verplichtingen.