ECLI:NL:RBDHA:2020:2479
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na vrijwillig vertrek asielzoeker naar land van herkomst
Eiser, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende op 16 februari 2018 een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit besluit gold tevens als terugkeerbesluit waarbij eiser werd opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten.
Uit een verklaring van de International Organization for Migration blijkt dat eiser op 12 december 2019 vrijwillig is vertrokken naar Azerbeidzjan, waarbij hij instemde met beëindiging van lopende procedures voor verblijfstitels. De rechtbank overweegt dat eiser hierdoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
Ook het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het vertrek reeds heeft plaatsgevonden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.L. van der Waals en griffier I.N. Powell, en is voorlopig niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vrijwillig vertrek naar het land van herkomst.