Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/of Oostenrijk, meermalen, althans eenmaal, via WhatsApp en/of Instagram één of meerdere afbeeldingen, te weten foto's en/of filmpjes, bevattende één of meer afbeelding(en) waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige(n), te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2008, terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal, in voornoemde periode aan die [slachtoffer] één of meer foto- en/of filmbestand(en) geappt/verzonden, in elk geval verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond, waarop zijn, verdachtes, (stijve) penis en/of het aftrekken van zijn, verdachtes, (stijve) penis zichtbaar was.
3.Bewijsoverwegingen
inde tenlastegelegde periode.
bestaande uit hetmet die [slachtoffer]
voeren van seksueel getinte chatgesprekkenvia WhatsApp en Snapchat, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer] heeft verzocht, ontuchtige handelingen bij zichzelf te verrichten en hiervan foto's en/of filmpjes te maken, te weten:
Snapchatafbeeldingen, te weten foto's en/of filmpjes waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt aan een minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2008, terwijl hij wist dat die [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte meermalen in voornoemde periode aan die [slachtoffer] foto- en/of filmbestanden geappt/verzonden, waarop zijn, verdachtes, (stijve) penis en/of het aftrekken van zijn, verdachtes, (stijve) penis zichtbaar was.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 5.530,96, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 18 februari 2020 (materiële deel) en vanaf 7 februari 2019 (immateriële deel) tot aan de dag van de algehele voldoening ten behoeve van [slachtoffer] .
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
24 (vierentwintig) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;