Eiser had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2016 specifieke zorgkosten en giftenaftrek opgevoerd. Verweerder corrigeerde deze posten, waarbij de uitgaven aan een therapeut niet werden erkend omdat niet was aangetoond dat deze onder begeleiding van een arts plaatsvonden. Tevens werden deurcollectes ten onrechte niet in aanmerking genomen bij de giftenaftrek.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan de voorwaarden van artikel 6.17, negende lid, Wet IB 2001 voor aftrek van specifieke zorgkosten, omdat de therapeut geen arts of erkende paramedicus was en de behandeling niet onder artsenbegeleiding plaatsvond. De correctie van de specifieke zorgkosten was daarom terecht.
Ten aanzien van de giftenaftrek stelde de rechtbank vast dat eiser de deurcollectes niet had opgevoerd en dat verweerder deze ten onrechte had gecorrigeerd. De rechtbank nam daarom het volledige door eiser opgegeven bedrag aan giften minus de drempel in aanmerking, waardoor de aanslag werd verminderd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, paste de aanslag aan tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 40.688 en verminderde de belastingrente dienovereenkomstig. Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. Er was geen sprake van schending van de hoorplicht en tegen de belastingrente waren geen afzonderlijke gronden aangevoerd.