ECLI:NL:RBDHA:2020:2540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging voorrangsverklaring wegens onvoldoende reactie op woningaanbod
Eiser ontving een voorrangsverklaring voor de periode van 4 september 2018 tot 4 december 2018 vanwege een problematische woonsituatie met medische en sociale omstandigheden. Na het verstrijken van deze periode vroeg eiser verlenging aan omdat nog geen geschikte woning was gevonden. Verweerder wees de verlenging af op grond van artikel 30 lid 3 van Pro de Huisvestingsverordening Den Haag 2015-2019, omdat eiser niet adequaat had gereageerd op vier passende woningaanbiedingen binnen het zoekprofiel.
Eiser stelde dat hij wel had geprobeerd te reageren, maar dat dit niet mogelijk was vanwege een verzoek om eerst inkomstenformulieren te uploaden. De rechtbank oordeelde dat deze enkele stelling onvoldoende bewijs leverde dat reageren onmogelijk was, mede omdat niet was aangetoond dat de formulieren daadwerkelijk waren aangeleverd. De rechtbank benadrukte dat van een houder van een voorrangsverklaring mag worden verlangd dat hij alles doet om binnen de geldigheidstermijn een woning te verkrijgen.
De rechtbank ging uit van de Huisvestingsverordening 2015-2019, die gunstiger is dan de latere verordening. Ook een brief van een schoolmaatschappelijk werker over de situatie van de kinderen leidde niet tot een afwijking van het besluit, gelet op de krappe woningmarkt en het ontbreken van een bijzondere situatie die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de voorrangsverklaring is ongegrond verklaard.