De rechtbank Den Haag behandelde de zaak van een 34-jarige vrouw die werd verdacht van het aanwezig hebben van 12 zakken hennep en 314 hennepplanten in haar woning te Zoetermeer op 30 maart 2018. Tijdens de zitting op 4 maart 2020 werd vastgesteld dat de hennepkwekerij in werking was en dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid hiervan, mede doordat zij mede-eigenaar was van de woning en toegang had tot de ruimtes waar de kwekerij was gevestigd.
De officier van justitie eiste een taakstraf van 200 uren, terwijl de verdediging pleitte voor een gevangenisstraf van vier dagen met een voorwaardelijke taakstraf. De rechtbank oordeelde dat de verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan het opzettelijk aanwezig hebben van de hennep en de planten en wees een taakstraf van 60 uren toe, mede gelet op het ontbreken van eerdere strafbare feiten van de verdachte.
De rechtbank benadrukte de schadelijke effecten van THC en het belang van het tegengaan van hennephandel. De straf werd gematigd geacht gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de ernst van het feit. De opgelegde taakstraf kan worden vervangen door hechtenis indien niet naar behoren uitgevoerd.