ECLI:NL:RBDHA:2020:2573
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Eiser stelde dat overdracht naar Frankrijk indirect refoulement zou veroorzaken, omdat hij daar geen nieuwe asielaanvraag kan indienen en geen opvang of medische zorg zou ontvangen. Hij verwees naar een Duitse uitspraak en een rapport dat tekortkomingen in het Franse opvangsysteem zou aantonen. Tevens verzocht hij om aanhouding van de procedure vanwege de coronapandemie.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd voor zijn vrees en had niet aangetoond dat overdracht onevenredige hardheid zou veroorzaken. De tijdelijke opschorting van Dublinoverdrachten vanwege het coronavirus verandert hier niets aan.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.