ECLI:NL:RBDHA:2020:2592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank overweegt dat Nederland op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de correcte nakoming van internationale verplichtingen door België. Eiser stelde dat hij eerder in België was uitgeprocedeerd en vreest bij terugkeer op straat te belanden en uitgezet te worden, en dat hij niet in staat zou zijn om klachten in te dienen. Deze persoonlijke omstandigheden zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank verwijst naar de relevante Europese richtlijnen en jurisprudentie, waaronder het arrest K.R.S. tegen het Verenigd Koninkrijk van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en benadrukt dat eiser bij problemen kan klagen bij hogere Belgische of Europese instanties.
Daarom is er geen aanleiding voor de Staatssecretaris om de asielaanvraag aan zich te trekken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.