ECLI:NL:RBDHA:2020:2594
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens ongegrond beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten na overleg en toestemming van partijen. Vervolgens heeft de rechtbank in een bodemuitspraak het beroep ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer nodig en is het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. van Veelen en griffier A.A. Faulborn en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.