ECLI:NL:RBDHA:2020:2615
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag buiten behandeling gesteld wegens niet verschijnen bij gehoor
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 29 maart 2019 een asielaanvraag in. De staatssecretaris stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet verscheen bij het eerste gehoor op 20 december 2019. De verklaring van de gemachtigde dat eiser vermoedelijk niet kon komen vanwege moeite met vertellen werd niet als verschoonbaar beschouwd.
Het medisch advies van FMMU van 16 april 2019 gaf aan dat eiser, rekening houdend met enkele beperkingen, wel gehoord kon worden. Verweerder stelde dat er geen onderbouwing was dat eiser vanwege psychische problemen niet kon verschijnen. Ook het beroep op WI 2010/13 en de inhoud van het dossier van de jongere broer van eiser konden het besluit niet wijzigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het besluit nam omdat eiser niet kon aantonen dat hij niet kon verschijnen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.