ECLI:NL:RBDHA:2020:2625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Karsten-Baldal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging visumweigering wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Eiser, houder van de Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf met als doel familiebezoek in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvraag af, verwijzend naar een eerdere, eveneens afgewezen aanvraag en het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Eiser voerde aan dat er wel nieuwe feiten en omstandigheden waren, waaronder zijn familiebanden en werkzaamheden in Marokko, en dat een eerdere weigering niet automatisch tot een nieuwe weigering mag leiden volgens artikel 21, negende lid, van de Visumcode. De rechtbank oordeelde dat de tweede aanvraag niet als herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb Pro kon worden beschouwd, omdat deze betrekking had op een andere periode.
De rechtbank stelde vast dat de minister de ingebrachte informatie niet inhoudelijk had meegewogen, wat in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en artikel 21, negende lid, van de Visumcode. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met volledige beoordeling van de ingebrachte informatie. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van het visum wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.