ECLI:NL:RBDHA:2020:2680

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2020
Publicatiedatum
25 maart 2020
Zaaknummer
NL20.332
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrechtECLI:EU:2017:354 (arrest Chavez-Vilchez)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep verblijfsvergunning EU/EER

Verzoekster diende op 30 december 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de zitting op 4 februari 2020, die samen met een verzoek om voorlopige voorziening werd behandeld, verscheen verzoekster met haar gemachtigde en tolk.

Op 6 februari 2020 werd verzoekster medegedeeld dat haar een verblijfsdocument EU/EER was toegekend, waarop zij op 7 februari 2020 haar beroep introk en gelijktijdig verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren, maar er is geen reactie ontvangen.

De rechtbank overweegt dat er geen sprake is van tegemoetkoming aan het beroep, aangezien de toekenning van het verblijfsdocument EU/EER niet voortkomt uit het beroep zelf. Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af. De uitspraak is gedaan op 23 maart 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming aan het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.332

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.S. Nandoe),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Ch.R. Vink).

Procesverloop

Bij besluit van 30 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening met zaaknummer NL20.333, plaatsgevonden op 4 februari 2020. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Bij besluit van 6 februari 2020 heeft verweerder verzoekster medegedeeld dat aan haar een verblijfsdocument EU/EER is toegekend.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster op 7 februari 2020 het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft hierop niet gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Verzoekster is op [geboortedatum] 2019 bevallen van een dochter met de Nederlandse nationaliteit. Op 30 december 2019 heeft zij een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER op grond van het arrest van het Hof van Justitie van 10 mei 2017 inzake Chavez-Vilchez, ECLI:EU:2017:354. Verweerder heeft deze aanvraag bij kennisgeving van 6 februari 2020 ingewilligd.
4. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is geen sprake van tegemoet komen aan het beroep van verzoekster.
5. Het verzoek om een vergoeding in de proceskosten van deze procedure wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.
Deze uitspraak is gedaan en bekend gemaakt op 23 maart 2020.
Deze uitspraak is gedaan op 23 maart 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.