ECLI:NL:RBDHA:2020:2741
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit asielaanvraag Nigeria
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker die homoseksueel is, diende een tweede asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen en rechtszaken waren afgewezen. Hij vreesde terugkeer vanwege mogelijke vervolging en de moord op vrienden vanwege hun seksuele geaardheid. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat deze niet-ontvankelijk was, aangezien er geen nieuwe elementen waren die de beoordeling konden beïnvloeden en de aanvraag louter was ingediend om uitzetting te vertragen.
Verzoeker stelde dat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot een nieuwe aanvraag op grond van zijn geaardheid en dat hij niet integraal was gehoord volgens de nieuwe werkinstructie. Ook voerde hij aan dat de moord op zijn vrienden een nieuw element was dat niet voldoende was onderzocht. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze argumenten onvoldoende waren omdat eerdere procedures al de geloofwaardigheid van zijn geaardheid hadden beoordeeld en dat de moord op vrienden niet met bewijs was onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet-ontvankelijk had verklaard en dat de uitzetting niet kon worden opgeschort. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit wordt afgewezen omdat de tweede asielaanvraag niet-ontvankelijk is.