ECLI:NL:RBDHA:2020:2742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Frankrijk
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende persoon, verzocht op 6 december 2019 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder stelde vast dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat eiser daar eerder asiel had aangevraagd. Op grond van de Dublinverordening werd een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan en geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat terugkeer naar Frankrijk zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU vanwege structurele tekortkomingen in de Franse asielprocedure en opvang, onvoldoende medische zorg en de coronamaatregelen. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk haar verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank concludeerde dat de medische situatie van eiser geen reden vormt om de overdracht aan Frankrijk te weigeren en dat de coronamaatregelen tijdelijk zijn en geen aanleiding geven om het verzoek aan zich te trekken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerder gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.