Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van gedwongen lidmaatschap aan de Poro-genootschap, mishandeling, ontsnapping en bedreigingen door zijn stiefvader. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het persoonlijke verhaal van eiser onvoldoende aannemelijk is gemaakt. De algemene informatie over de Poro-genootschap ondersteunt het persoonlijke verhaal niet zonder concrete aanwijzingen van persoonlijk contact of bedreigingen. Eiser slaagde er niet in om zijn verhaal consistent en gedetailleerd te onderbouwen, ondanks meerdere verhoren.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat het besluit onzorgvuldig tot stand kwam en dat verweerder onvoldoende rekening hield met culturele achtergrond of actuele landeninformatie. Ook werden tegenstrijdigheden in verklaringen over het litteken en de periode van verblijf bij de genootschap als onvoldoende onderbouwd beoordeeld.
Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij niet langs het huis van zijn stiefvader liep, noch dat hij niet kon verklaren over de wijze waarop zijn stiefvader hem zocht. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.