Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Colombiaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen de maatregel van bewaring die door verweerder op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 was opgelegd. De rechtbank heeft afgezien van het persoonlijk horen van eiser vanwege de COVID-19-maatregelen en de daarmee samenhangende beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het niet horen van eiser in persoon in deze uitzonderlijke situatie niet leidt tot gegrondverklaring van het beroep, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser voerde aan dat de maatregel opgeheven moest worden vanwege verlenging van de asielprocedure en de omstandigheden van detentie, maar de rechtbank vond de maatregel rechtmatig en proportioneel.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen, met mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.