ECLI:NL:RBDHA:2020:2750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring maatregel van bewaring na overdrachtstermijn in Dublinprocedure
Eiser, van Myanmarese nationaliteit, werd op 25 januari 2020 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een Dublinclaim. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. Nu stond centraal of de voortzetting van de bewaring na het verstrijken van de zeswekentermijn onrechtmatig was.
De rechtbank overwoog dat de overdracht aan Italië vanwege de coronapandemie was stopgezet, maar dat dit de wettelijke termijn niet verlengde. Artikel 28, derde lid, van de Dublinverordening bepaalt dat de bewaring niet langer dan zes weken mag duren na aanvaarding van het overnameverzoek. Omdat verweerder geen spoedige uitspraak had verzocht, was de voortzetting van de bewaring na 3 maart 2020 onrechtmatig.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €1.680 voor 21 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van €525. De maatregel van bewaring werd op 23 maart 2020 opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voortzetting van de maatregel van bewaring na zes weken was onrechtmatig en eiser kreeg een schadevergoeding toegekend.