ECLI:NL:RBDHA:2020:2765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Cubaanse opposanten wegens onvoldoende zwaarwegende discriminatie
Eisers, Cubaanse staatsburgers, vroegen asiel aan wegens vermeende discriminatie en politieke vervolging na weigering een verplichte herdenking bij te wonen. De staatssecretaris wees hun aanvragen af, waarna de rechtbank in 2018 de eerdere afwijzingen vernietigde vanwege nieuwe bewijsstukken.
Bij hernieuwde besluiten in 2019 handhaafde de staatssecretaris de afwijzing, stellende dat de discriminatie niet ernstig genoeg was voor asiel en twijfelde aan de authenticiteit van ingebrachte documenten. Eisers voerden aan dat zij door het Cubaanse regime worden vervolgd en dat het onderzoek naar de documenten onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat de discriminatie niet zodanig was dat eisers niet sociaal en maatschappelijk konden functioneren in Cuba. Er was onvoldoende bewijs dat eisers als politieke opposanten worden gezien of dat zij een reëel risico lopen op vervolging. Het onderzoek van Bureau Documenten werd als zorgvuldig beoordeeld. Het verzoek om een deskundige te horen werd afgewezen.
Ook de stelling dat de Cubaanse autoriteiten op de hoogte zijn van de asielaanvraag werd niet aannemelijk gemaakt. Vergelijkingen met andere asielzoekers die na terugkeer problemen ondervonden, werden onvoldoende onderbouwd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de asielaanvragen af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens onvoldoende zwaarwegende discriminatie en vervolgingsrisico.