ECLI:NL:RBDHA:2020:2772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, met de Burundese nationaliteit, kreeg op 11 maart 2020 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd die hem verbood zich te bevinden in de gemeente Almere en hem verplichtte te verblijven in de gemeente Vlagtwedde. Dit besluit werd genomen omdat eiser niet vrijwillig Nederland verliet na een afgewezen asielaanvraag en een verstreken vertrektermijn. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat deze niet was ondertekend en dat het gebiedsverbod hem belemmerde in het voeren van zijn procedures.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het ontbreken van een ondertekend exemplaar, de maatregel rechtsgeldig was uitgereikt en eiser hiervan op de hoogte was. Het gebiedsverbod was een direct gevolg van het afwijzen van de asielaanvraag en het feit dat eiser geen recht meer had op opvang in Almere. De rechtbank vond dat eiser voldoende mogelijkheden had om contact te onderhouden met zijn gemachtigde en ambassade, ook al mocht hij zich niet in Almere bevinden.
Verder werd geoordeeld dat de opgelegde maatregel proportioneel was en een lichter middel vormde dan bewaring. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat een ander lichter middel tot opvang zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vrijheidsbeperkende maatregel bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.