Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen.
Rechtbank Den Haag
Eiser is in oktober 2016 gestart met de politieopleiding en kreeg vrijstelling voor het eerste leerjaar. Tijdens de opleiding moest hij de Professioneel fit toets behalen. Na een eerste onvoldoende in het zesde tertiel kreeg hij volgens de Onderwijs- en examenregeling Politieonderwijs (OER) twee tertielen extra om de toets alsnog te halen. In het zevende tertiel liep eiser een rugblessure op door een dienstongeval, waarna de bedrijfsarts adviseerde dat hij binnen drie maanden weer kon trainen.
Ondanks een verlenging van de opleiding met een extra tertiel en een plan van aanpak met nulmetingen, slaagde eiser er niet in de toets met een voldoende af te ronden. De opleiding werd op grond van artikel 35, tweede lid, onder b, van de OER beëindigd. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, stellende dat de toets ondeugdelijk was en dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid.
De rechtbank oordeelt dat de toets niet ondeugdelijk is en dat verweerder voldoende tijd en begeleiding heeft geboden, ook rekening houdend met de rugblessure. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bijzondere omstandigheden na de extra termijn nog van toepassing waren. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en eiser niet binnen de toegestane tijd de toets heeft behaald.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de politieopleiding wegens het niet behalen van de toets is ongegrond verklaard.