Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1] , eiseres, [naam 2] eiser,
[naam 3]en
[naam 4], gezamenlijk hierna: eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Noord-Macedonische nationaliteit en met een Roma-achtergrond, hebben asiel aangevraagd in Nederland uit vrees voor bedreigingen door voormalige Albanese handelspartners. Zij stelden dat de autoriteiten in Noord-Macedonië hen geen bescherming bieden. Verweerder wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond op grond van de status van Noord-Macedonië als veilig land van herkomst.
De rechtbank oordeelde dat het relaas van eisers niet geloofwaardig was, mede vanwege inconsistenties en het ontbreken van objectieve bewijsstukken. Documenten zoals aangiften bij de politie en rechtbank bleken onvoldoende als onafhankelijke ondersteuning. Tevens werd meegewogen dat eerdere asielaanvragen in Duitsland en Frankrijk waren afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat eisers wel degelijk toegang hadden tot bescherming door de autoriteiten in Noord-Macedonië en dat het feit dat zij drie maanden na hun aangifte het land verlieten, de autoriteiten onvoldoende gelegenheid gaf om op te treden. De stelling dat de Roma-achtergrond bescherming onmogelijk maakt, werd niet gevolgd.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees zij de asielaanvragen af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af en verklaart de beroepen ongegrond omdat Noord-Macedonië als veilig land van herkomst geldt en het relaas van eisers niet geloofwaardig is.