Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 27 januari 2020 ingekomen verzoek van:
[X] ,
[Y] ,
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ( [minderjarige 1] );
- [minderjarige 2] , geboren op 7 [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ( [minderjarige 2] );
- [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , Zwitserland ( [minderjarige 3] ).
Procedure
- het verslag van de bijzondere curator, ingekomen op 8 maart 2020;
- het bericht van 6 maart 2020 van LDH, ingekomen op 9 maart 2020;
- het gewijzigd en aanvullend verzoekschrift met producties van de moeder, ingekomen op 10 maart 2020;
- het verweerschrift van de vader, ingekomen op 10 maart 2020.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- namens LDH mevrouw [medewerker LDH] en de heer [medewerker LDH]
- de bijzondere curator;
- namens de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) mevrouw [medewerker RvdK] .
Verzoek en verweer
- met toepassing van artikel 13 van Pro de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (hierna: de Uitvoeringswet), de onmiddellijke terugkeer van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te bevelen, voor 1 april 2020, of zoveel eerder als mogelijk is, althans de terugkeer van de kinderen voor een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum te bevelen, waarbij de vader de kinderen dient terug te brengen, dan wel, indien de vader nalaat de kinderen terug te brengen, te bepalen op welke datum de vader de kinderen met de benodigde reisdocumenten aan de moeder zal afgeven zodat zij de kinderen zelf mee terug kan nemen naar hun gewone verblijfplaats in [woonplaats X] , de Verenigde Staten van Amerika;
- met veroordeling van de vader in de kosten die de moeder heeft moeten maken in verband met de ontvoering en teruggeleiding, waaronder haar reiskosten en haar verblijfkosten in Nederland, de griffierechten van de rechtbank, alsmede de kosten van haar procesvertegenwoordiging, thans begroot op een bedrag van € 7.533,-;
- onder toepassing van artikel 13, vierde lid, Uitvoeringswet, de kinderen tot en met de periode van teruggeleiding onder voorlopige voogdij te stellen van een GI als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet.
Beoordeling
Beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] geboren op 21 [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , Zwitserland;