ECLI:NL:RBDHA:2020:2912
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie en verslavingsstoornissen
De rechtbank Den Haag behandelde op 24 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1971 en woonachtig in een accommodatie in [woonplaats]. Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en stoornissen in het gebruik van cannabis en cocaïne, wat leidt tot ernstig nadeel.
De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De voorgestelde zorg omvat onder meer beperkingen in bewegingsvrijheid, toezicht, onderzoeken aan kleding en woonruimte, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en het recht op bezoek. Deze maatregelen zijn evenredig en naar verwachting effectief.
De psychiater bevestigde de noodzaak van deze maatregelen, waaronder het beperken van het recht op bezoek en communicatie om bijvoorbeeld het bestellen van verdovende middelen te voorkomen. De rechtbank achtte geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar die hetzelfde effect bereiken.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot uiterlijk 24 september 2020. De beschikking is uitgesproken door rechter M.C. Bruining en griffier R. Westerhof. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met diverse vormen van verplichte zorg en vrijheidsbeperkingen.