ECLI:NL:RBDHA:2020:2999
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 maart 2020 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Tegelijkertijd heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit voorlopig buiten werking te stellen. De rechtbank heeft het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.5853) echter ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer voldoet aan het connexiteitsvereiste zoals bepaald in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Vanwege de coronamaatregelen is de uitspraak niet in een openbare zitting gedaan, maar zal deze later alsnog worden uitgesproken en gepubliceerd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en niet langer aan het connexiteitsvereiste wordt voldaan.