ECLI:NL:RBDHA:2020:2999

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2020
Publicatiedatum
2 april 2020
Zaaknummer
NL20.5854
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel

Verzoekster heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 maart 2020 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

Tegelijkertijd heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit voorlopig buiten werking te stellen. De rechtbank heeft het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.5853) echter ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer voldoet aan het connexiteitsvereiste zoals bepaald in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Vanwege de coronamaatregelen is de uitspraak niet in een openbare zitting gedaan, maar zal deze later alsnog worden uitgesproken en gepubliceerd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en niet langer aan het connexiteitsvereiste wordt voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.5854

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster,

mede namens haar minderjarige kinderen:
[A] , V-nummer: [V-nummer] ,
[B] , V-nummer: [V-nummer] , en
[C] , V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. T. Neijzen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

ProcesverloopBij besluit van 4 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, in de procedure met zaaknummer NL20.5853, heeft de rechtbank het beroep van verzoekster ongegrond verklaard.
2. Nu op het beroep van verzoekster is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Frieling, griffier.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is gedaan op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.