ECLI:NL:RBDHA:2020:3018
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Spanje
Verzoeker, een Pakistaanse asielzoeker, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig met de bodemzaak (zaaknummer NL20.4406). De rechtbank heeft in de bodemzaak het beroep gegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig was en daarom werd afgewezen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, te betalen aan de rechtsbijstandverlener omdat aan verzoeker een toevoeging was verleend.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter S. Ok en griffier K. Naganathar, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard, en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.