Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2020 in de zaak tussen
[eiseres](eiseres), te [woonplaats] , eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben op 12 oktober 2018 een aanvraag ingediend voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat het vermogen van eisers, bestaande uit banktegoeden en een perceel met opstallen op Bonaire, hoger was dan de geldende vermogensgrens.
Eisers betwistten de waarde van het onroerend goed niet, maar stelden dat het perceel en de opstallen onverkoopbaar zijn vanwege de marktomstandigheden op Bonaire. Zij hebben dit echter niet met verifieerbare stukken onderbouwd, zoals bewijs dat het onroerend goed al geruime tijd te koop staat zonder resultaat.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van het taxatierapport van 26 maart 2018, waarin de marktwaarde van het perceel en de opstallen is vastgesteld op circa €57.432. Omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat het onroerend goed onverkoopbaar is, is de afwijzing van de AIO-aanvulling terecht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.P. Verloop op 30 maart 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De aanvraag voor AIO-aanvulling is terecht afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens op basis van de waarde van het onroerend goed.