ECLI:NL:RBDHA:2020:3051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en nationaliteit
Eiser, die stelt Eritrese nationaliteit te hebben, diende in februari 2018 een asielaanvraag in. Hij baseerde zijn verzoek op persoonlijke omstandigheden waaronder het vermijden van militaire dienst en bedreigingen in zijn woonplaats. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn identiteit en nationaliteit.
Eiser voerde aan dat hij met de overgelegde documenten en verklaringen het begin van bewijs had geleverd en dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke situatie en familie in Nederland. Ook stelde hij dat verweerder geen DNA-onderzoek of taalanalyse heeft uitgevoerd om zijn identiteit te bevestigen.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen officiële documenten overlegd had en dat zijn wisselende namen en onduidelijkheden over zijn identiteit de geloofwaardigheid ondermijnden. Het ontbreken van registratie bij de UNHCR en het niet doorzetten van een eigen DNA-onderzoek versterkten dit oordeel. Verweerder had terecht geen DNA-onderzoek verricht en de taalanalyse was niet doorslaggevend.
De rechtbank concludeerde dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt, waardoor verweerder terecht niet inhoudelijk op het asielverzoek is ingegaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en nationaliteit.