ECLI:NL:RBDHA:2020:3152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over bank- en spaartegoeden als oudedagsvoorziening in box 3
Eiser betwist de hoogte van het door verweerder vastgestelde belastbaar inkomen uit sparen en beleggen over het jaar 2015. Hij stelt dat een deel van zijn bank- en spaartegoeden dient als pensioenvoorziening en dat hierover reeds belasting is betaald, waardoor dubbele heffing ontstaat. Tevens beroept hij zich op het gelijkheidsbeginsel, omdat werknemers met pensioen via een fiscaal gefacilieerde regeling niet worden belast in box 3 over hun pensioen.
De rechtbank overweegt dat het vermogen van eiser geheel uit bank- en spaartegoeden bestond, die fiscaal gezien niet kwalificeren als pensioenvoorziening. De wet kent geen uitzondering voor bank- en spaartegoeden die als oudedagsvoorziening worden aangehouden. De fiscale faciliteiten voor pensioen via een erkende pensioenregeling zijn gebonden aan strikte voorwaarden, die hier niet gelden.
De rechtbank wijst het beroep af omdat geen sprake is van dubbele heffing: arbeidsinkomsten en vermogensinkomsten zijn fiscaal gescheiden. Ook faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de situatie van eiser niet vergelijkbaar is met die van werknemers met fiscaal gefacilieerde pensioenopbouw.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter E.E. Schotte op 26 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen wordt ongegrond verklaard.