ECLI:NL:RBDHA:2020:326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken duurzame exclusieve relatie
Eiseres, met de Pakistaanse nationaliteit en woonachtig in Syrië, verzocht via referent om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid. Het primaire besluit van 26 november 2011 wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij een duurzame en exclusieve relatie met referent had, noodzakelijk voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.14 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiseres stelde dat zij een duurzame en exclusieve relatie had, gelijk te stellen met een huwelijk, en onderbouwde dit met verklaringen, Messenger-gesprekken, vakantiefoto’s en een huwelijkscontract. De rechtbank oordeelde dat het na het bestreden besluit gesloten huwelijk niet ex-tunc kon worden betrokken bij de beoordeling. Daarnaast waren de overgelegde Messenger-gesprekken niet vertaald en ontbrak datum-informatie, waardoor deze onvoldoende bewijs vormden.
Verweerder voerde aan dat de verklaringen onvoldoende waren om een duurzame relatie aan te tonen, mede omdat betrokkenen elkaar voor 2014 wel kenden maar geen relatie hadden, en zij onvoldoende konden aangeven hoe zij hun relatie invulden. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een duurzame en exclusieve relatie.