ECLI:NL:RBDHA:2020:3273
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ISD-maatregel ondanks verzoek tussentijdse toetsing door veroordeelde
De rechtbank Den Haag behandelde op 18 februari 2020 het verzoek van de veroordeelde tot tussentijdse toetsing van de noodzaak tot voortzetting van zijn ISD-maatregel, die op 30 november 2018 voor twee jaar was opgelegd. De veroordeelde had een behandeling in een kliniek gevolgd, maar deze werd beëindigd vanwege agressief gedrag. De penitentiaire inrichting rapporteerde dat de veroordeelde nog onvoldoende vaardigheden heeft om met spanningen om te gaan en een hoog risico loopt op gewelddadig gedrag bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel.
De veroordeelde stelde dat de maatregel zijn eigen behandelplan had doorkruist en vroeg primair om beëindiging van de maatregel, subsidiair om rekening te houden met het voorarrest. De officier van justitie adviseerde voortzetting van de maatregel vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van redenen voor beëindiging. De rechtbank oordeelde dat voortzetting noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij en dat de maatregel zinvol blijft voor het oplossen van agressieproblemen.
De rechtbank wees het verzoek af om het voorarrest in mindering te brengen, omdat zij zich daartoe niet bevoegd achtte bij tussentijdse toetsing. Ook werd het verzoek tot aanhouding van de zaak tot juni 2020 afgewezen. De tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel werd voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank besluit tot voortzetting van de ISD-maatregel en wijst het verzoek tot aftrek van voorarrest af.