ECLI:NL:RBDHA:2020:3327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring ondanks coronavirus
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 3 februari 2020 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 17 februari 2020 bevestigd.
Eiser betoogde dat vanwege het coronavirus geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat vliegverkeer naar Marokko is stilgelegd. De rechtbank oordeelt echter dat de uitzettingsbelemmeringen tijdelijk van aard zijn en dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt. De redelijke termijn is nog niet overschreden.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus en griffier R. Pronk, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.